Café van ijs en grandmarnier

ik heb het niet over balletjes gehakt
scherper dan een hakmes
die ingewanden bloedend branden
of over saté geregen aan een stok
een vlag van vlees in rood paleis
waar onheil naast de aanstoot ligt
en aanstoot naast triomf
ze noemen het triomf

ik heb het over ons
hoe wij om elkaar
geslagen tot het bot
je moet wel heel veel breken
wil je niet meer voelen
en hoe wij vroegen wat is heel
en wat van waarde nog

het was een onmogelijke hand
die door alles heen tot op het bot
ineen gekropen warmte werd
en wat ongrijpbaar leek
bleek toch weer vast
besloten dat het blijven kon

twee handen om één hand
de dingen lieten los
en van de ruimte tussen ons weinig heel
je moet wel heel veel breken
om te weten
dat een hand alleen
een fout van waarde is

 

Pom Wolff